Land

Plantation Bolivia bestaat uit ongeveer 3.000 hectare onbebouwd land.
gelegen op de noordoostelijke hoek (de elleboog) in het midden van het eiland
van Bonaire (10% van het eiland).

Op de plantage liggen verschillende unieke natuurlijke kenmerken:

Z

De grotten en hun bedreigde vleermuispopulaties

Z

Uitgestrekte habitats van vele inheemse diersoorten

Z

Grote populatie inheemse en doortrekkende vogels, waaronder de bedreigde Lora (Amazona barbadensis)

Z

Rustplaats voor migrerende heremietkreeften

Z

Tropische droge bossen (de meest bedreigde delen van het milieu op aarde)

De grotten zijn het leefgebied van de vleermuispopulaties die op hun beurt als enige verantwoordelijk zijn voor de bestuiving van de cactussen, die op hun beurt een belangrijke voedselbron zijn voor de landdieren. Een ondeelbaar biosysteem.
Deze grotten kunnen niet worden gescheiden van de omliggende ecosystemen en hun behoud moet worden geïntegreerd in de bescherming van het hele gebied.

Bolivia fungeert als een belangrijke 'landbrug' die de noordelijke en zuidelijke helften van het eiland met elkaar verbindt. Als deze 'brug' wordt verbroken, wat zou gebeuren als het gebied wordt ontwikkeld, zullen inheemse flora- en faunasoorten versnipperd raken en een nog groter risico lopen om uit te sterven.

Red plantage Bolivia

We denken dat deze site je een goede indruk geeft waarom we Plantage Bolivia moeten redden.

Ecosysteem

Een ecosysteem is een geografisch gebied waar planten, dieren en andere organismen, evenals het weer en het landschap, samenwerken om een levensbubbel te vormen. Ecosystemen bevatten zowel biotische of levende delen als abiotische factoren, of niet-levende delen. Biotische factoren zijn planten, dieren en andere organismen. Abiotische factoren zijn rotsen, temperatuur en vochtigheid. Elke factor in een ecosysteem is direct of indirect afhankelijk van elke andere factor.

In principe zijn er twee soorten ecosystemen, de:
- aquatische ecosystemen, een gemeenschap bestaande uit groepen van organismen en abiotische elementen in een bepaald water; en
- terrestrische ecosystemen, die alleen wordt aangetroffen op het land of in de bodem.

De belangrijkste factor die de terrestrische ecosystemen van de aquatische ecosystemen onderscheidt, is het relatieve tekort aan water in de terrestrische ecosystemen en bijgevolg het belang dat water in deze ecosystemen krijgt door de beperkte beschikbaarheid ervan.
Het oceanische ecosysteem (onderverdeling van het aquatische ecosysteem) is het grootste en meest diverse ecosysteem op aarde. Er zijn veel kleinere ecosystemen in dit bioom, waaronder koraalriffen, kust- en diepzee-ecosystemen.

Met betrekking tot plantage Bolivia zijn er twee belangrijke ecosystemen, Tropisch droog bos (onderverdeling van terrestrisch ecosysteem) en Koraalrif (onderverdeling van oceanisch ecosysteem).

Voor Bonaire Ecosytems Archief bezoek de website van DCNA hier bekijken.

Tropisch droog bos

Tropische droge bossen vormen een uniek ecosysteem met een hoge mate van endemisme (veel soorten komen nergens anders voor). Deze bossen worden gekenmerkt door een uitgesproken droog seizoen gedurende een deel van het jaar, wat een verscheidenheid aan aanpassingen bij planten en dieren teweegbrengt. De gemiddelde neerslag is voldoende om de groei van bomen te bevorderen, maar deze boom- en plantensoorten moeten wel bestand zijn tegen perioden met weinig neerslag en vocht. Veel boomsoorten zijn bladverliezend en verliezen hun bladeren aan het begin van het droge seizoen om waterverlies te beperken. Planten slaan ook vocht op in wasachtige bladeren en weefsels die opzwellen met water dat tijdens het regenseizoen wordt verzameld. Omdat dat opgeslagen water in het droge seizoen wordt gebruikt, moet het worden beschermd, en daarom hebben veel planten in het droge bos angstaanjagende stekels. Droog tropisch bos komt het meest voor op lage eilanden of aan de lijzijde van bergachtige eilanden en in kustgebieden met een laag reliëf.

Tropische droge bos is een van de meest bedreigde ecosystemen op aarde.

Ondanks het feit dat er veel soorten leven die nergens anders op de planeet voorkomen, worden er maar weinig tropische droge bossen beschermd. De omvang van deze waardevolle biologische hotspots is slechts 10% van het historische verspreidingsgebied wereldwijd.

Corridor

Het natuurgebied van Bolivia vervult de cruciale ecologische rol van natuurlijke corridor voor een groot deel van de inheemse flora en fauna tussen de noordelijke en zuidelijke helften van Bonaire.

Een ecologische corridor is een functionele doorgangszone tussen verschillende natuurgebieden voor een groep soorten die afhankelijk zijn van één omgeving. Deze corridor verbindt dus verschillende populaties en bevordert de verspreiding en migratie van soorten, evenals het herstellen van de aanwezigheid van flora en fauna die zijn verstoord in een bepaald gebied.

Ecologische corridors zijn een essentieel element voor het behoud van de biodiversiteit en de goede werking van ecosystemen. Zonder de verbinding door ecologische corridors zouden heel wat soorten geen toegang hebben tot alle habitats die nodig zijn voor hun levenscycli (voortplanting, groei, schuilplaats, enz.) en zouden ze gedoemd zijn om in de min of meer nabije toekomst te verdwijnen. 

Connectiviteit/verbinding verwijst naar het vermogen van planten of dieren om zich vrij door een landschap, de zee of zoetwateromgeving te bewegen. Het belangrijkste doel van connectiviteit is om de verplaatsing van individuen te vergemakkelijken, zowel door dispersie als door migratie, zodat de genenstroom tussen lokale populaties behouden blijft. Door populaties in het landschap met elkaar te verbinden, is de kans op uitsterven kleiner en wordt de soortenrijkdom groter. Meer connectiviteit betekent minder barrières voor verspreiding of migratie en minder fragmentatie.

De IUCN WCPA Specialistengroep voor behoud van connectiviteit definieert een ecologische corridor als "een duidelijk afgebakende geografische ruimte, die niet erkend is als beschermd gebied of andere effectieve gebiedsgerichte instandhoudingsmaatregel, en die op lange termijn bestuurd en beheerd wordt om een effectieve ecologische connectiviteit te behouden of te herstellen, met de bijbehorende ecosysteemdiensten en culturele en spirituele waarden".
Dit betekent dat een corridor een natuurlijke habitat in het landschap is die onderhouden, verbeterd of hersteld moet worden zodat soorten er gebruik van kunnen maken om in hun behoeften te voorzien.

Grot

Grotten zijn een beschermd habitattype onder de Europese Habitatrichtlijn van de EU, voornamelijk vanwege de aanwezigheid van vleermuizen en andere vaak unieke fauna. In tegenstelling tot veel habitats in Europa hebben Caribische grotten geen internationale beschermde status als habitat.

Bonaire heeft een aantal grotten die om verschillende redenen van bijzondere betekenis zijn. Als geologische verschijning geven ze een beeld van de oudste geschiedenis van het eiland. Op verschillende plaatsen zijn grotten voorzien van rotstekeningen gemaakt door de oorspronkelijke Indiaanse bewoners van Bonaire: onder andere bij Onima, Spelonk en Kueba di Roshikiri.

Sommige bieden onderdak aan vleermuizen of aan speciale aquatische soorten, zoals de blinde Typhlatia garnaal. Het belang van grotten voor het behoud van vleermuizen is bijzonder groot, de vleermuizen gebruiken de grotten als rustplaats en kraamkamer. Vleermuizen, die de meerderheid van de inheemse zoogdieren op het land uitmaken, hebben een belangrijke functie in het ecosysteem. Zonder deze vleermuizen zou de terrestrische ecologie van de Benedenwindse eilanden letterlijk instorten.

Vleermuizen zijn de enige diersoorten die nachtbloeiende zuilcactussen kunnen bestuiven (Cereus repandus, Stenocereus griseus en waarschijnlijk Pilosocereus lanuginosusNassar et al., 2003) op Bonaire. Deze bloemen en vruchten van de zuilcactussen zijn een zeer belangrijke voedselbron voor de fauna van Bonaire tijdens de droge periode. Het waarborgen van rust is van het grootste belang voor de bescherming en het behoud van de grotfauna. Behoud van een individuele grot is zinloos als de ecologische verbondenheid met de omliggende gebieden niet ook wordt erkend in de vorm van behoud van voldoende omliggende wildernisgebieden. Het toekomstperspectief wordt momenteel als matig ongunstig beoordeeld.

De rotsen van Bonaire hebben voor ongeveer een derde een vulkanische oorsprong, maar de rest bestaat uit kalksteen uit het Quartair. Grotten komen voornamelijk voor in relatief zachte kalksteen, die relatief goed oplost en erodeert onder invloed van water en wind. In de loop der tijd zijn er honderden droge en natte grotten ontstaan in dit gebied. Bolivia herbergt de belangrijkste concentratie (onverstoorde) grotten op Bonaire.

De ingangen naar grotten bevinden zich vaak in of nabij hellingen van de verschillende kalksteenterrassen. Er kunnen grofweg drie kalkterrassen worden onderscheiden. Het oudste hoge terras ligt tussen 50 en 138 m, waarvan een groot deel inmiddels is geërodeerd. Het jongere Middenterras ligt tussen de 15-45 m. Het jongste Laagterras ligt tussen de 4-15 m en ligt bijna overal op het eiland. Het Laagterras eindigt meestal in kliffen aan zee, maar in het zuidoosten ligt het lager dan 4 m en loopt het over in recent gevormde strandruggen. Het eiland Klein Bonaire bestaat volledig uit kalksteen, met een centraal Middenterras omgeven door een Laagterras dat overloopt in strandruggen (De Freitas et al., 2005).
Het noordelijke en oostelijke deel van Bonaire liggen hoger dan het zuidelijke en westelijke deel van het eiland. In het hoger gelegen deel zijn waterhoudende grotten alleen te vinden in het Laagterras. In het lagere deel van Bonaire zijn ze te vinden in het Midden terras naast het Laag terras.

Kalksteengrotten zijn uniek binnen Caribisch Nederland. Veel van de grotten staan in verbinding met grondwater en zijn belangrijke locaties voor inheemse zoet- en brakwatervissen en garnalen (Debrot 2003a, b). Daarnaast herbergt het water van de grotten een rijke stygofauna.
Er is veel taxonomisch werk verricht naar het voorkomen van de rijke endemische grondwaterfauna van Bonaire (Stock, 1976a, b; 1977a, b; Vonk en Stock, 1987; Pesce, 1985), maar er is vrijwel niets bekend over de ecologie van deze soorten.

Grotten hebben weinig tot geen abiotische randvoorwaarden. Het belangrijkste is om te zorgen voor rust voor de fauna en de waterkwaliteit in het geval van waterhoudende (natte) grotten.

Noodzakelijk voor een goede structuur en functie van de grotten vereist de afwezigheid van:

  • menselijke verstoring,
  • bodemverontreiniging en grondwaterverontreiniging door rioolwater en olielekkage.

Het waarborgen van de rust is van het grootste belang voor de bescherming en het behoud van de grotfauna.

Een groot deel van de grotten op Bonaire moet nog in kaart worden gebracht. Vleermuizen en andere fauna worden niet systematisch gemonitord. Referentiewaarden zijn daarom onbekend, waardoor het moeilijk is om te bepalen in hoeverre de grotten en hun fauna erop vooruitgaan of achteruitgaan.

De vooruitzichten voor de grotten en de grotfauna blijven voorlopig speculatief. Vooral omdat de grotfauna, zoals de langsnuitvleermuis (Leptonycteris curasoae), deel uitmaakt van een regionale populatie die niet alleen afhankelijk is van de grotten op Bonaire. Recent onderzoek geeft aan dat Ruigtongvleermuizen (Leptonycteris curasoae) kunnen pendelen tussen de Caribische eilanden Bonaire, Curaçao, Aruba en het vasteland van Venezuela (Simal et al., 2015; DCNA, 2014; De Lannoy, 2013).
Om de bedreigde Leptonycteris curasoae (Kwetsbaar (VU)- Hoog risico op bedreiging in het wild) te beschermen, zullen de grotten op Bonaire als buiten Bonaire beschermd moeten worden (Simal et al., 2015).

De organisatie Caribbean Speleological Society (CARIBSS) is in 2016 opgericht op Bonaire en richt zich op het verkennen, in kaart brengen, beschermen en beheren van grotten in het Caribisch gebied.
Ontwikkelingen zoals CARIBSS en projecten zoals de "Bonaire Grotten en Karst Natuurreservaat" zijn positief, maar nemen bestaande bedreigingen nog niet weg. Een verdere aantasting van het landschap van Bonaire zal waarschijnlijk leiden tot minder voedsel voor vleermuizen. Een toename van toerisme kan leiden tot (de vraag naar) meer recreatief-toeristisch gebruik en een toename van onrust in de grotten. Verstedelijking zal leiden tot mogelijke vernietiging en vervuiling van grotten met negatieve gevolgen voor de endemische grotwaterfauna. De vooruitzichten voor de toekomst worden als matig ongunstig beoordeeld.

Lees de publicatie Staat van de natuur van Caribisch Nederland 2017, WUR 17 nov 2018, Debrot, A.O., Henkens, R.J.H.G., Verweij, P.J.F.M., hier bekijken.

Vleermuis

Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die kunnen vliegen. Twee nectar etende vleermuizen zijn de belangrijkste bestuivers en zaadverspreiders van de typische droge boscactussen, de zuilcactus ("candle"). De nachtbloeiende bloemen van de kaarsencactus zijn speciaal aangepast om vleermuizen tot een bezoek te verleiden.

Zuilcactussen ondersteunen niet alleen vleermuizen die zich voeden met nectar, maar ze bieden ook voedsel en water aan een breed scala aan dieren. Daarom is de bescherming van de vleermuisfauna van Bonaire essentieel voor het behoud van de biodiversiteit van het eiland.

Drie soorten insectenetende vleermuizen zijn ook afhankelijk van grotten voor hun nacht- en kraamverblijfplaatsen. Deze soorten zijn erg belangrijk voor het evenwicht van de insectenpopulatie op het eiland.

Op Bonaire zijn de aantallen vleermuizen nauw verbonden met geschikte dag- en slaapplaatsen (grotten) en een overvloedig aanbod van hun favoriete cactus. De grotten en de waarde die ze vertegenwoordigen kunnen niet los worden gezien van het omringende landschap en ecosysteem en hun behoud moet worden geïntegreerd in de bescherming van belangrijke omringende natuurlijke habitats.

Ga voor de acht vleermuissoorten die je op Bonaire kunt vinden naar de website natuur-curacao.com (mamals/zoogdieren)

Ander dier

Bolivia, thuisbasis van in totaal minstens 24 soorten vogels, 7 soorten reptielen, 10 soorten landslakken, 1 soort inheemse zoogdieren (vleermuizen) en 6 andere diverse inheemse diersoorten.
Bolivia vormt de enige onontwikkelde ecologische verbinding tussen de noordelijke en zuidelijke helften van het eiland. Afgezien van specifieke beschermingswaarde, hebben de natuurgebieden van Bolivia de cruciale rol van natuurlijke corridor voor een groot deel van de inheemse flora en fauna tussen de noordelijke en zuidelijke helften van het eiland.

Honingbij (Abeha)

De honingbij (Apis mellifera) of Abeha zoals in het papiamentu, is een insect en heeft een lichaam in drie delen, een kop, een borststuk
en een achterlijf. Hij heeft drie paar beweegbare poten, voelsprieten of antennes en meestal twee paar vleugels. 
Het heeft ook: een hard skelet aan de buitenkant van zijn lichaam, komt als larve uit een ei en ondergaat tijdens zijn groei een metamorfose.

Honingbijen zijn sociaal en leven in een kolonie. Een kolonie kan uit tienduizenden individuen bestaan. Ze geven de voorkeur aan nestplaatsen die schoon, droog en beschermd zijn tegen weersinvloeden, met een ingang die ongeveer 3 meter boven de grond ligt en op het zuiden of zuidoosten gericht is.

Een kolonie honingbijen bestaat uit drie verschillende soorten individuen:

1. de koninginmoeder van de kolonie;
2. de drones, (mannetjes) de enige drones die zonder vergunning op bonaire mogen vliegen😉;
3. de arbeiders, alle vrouwtjes en doen al het werk dat gedaan moet worden in de kolonie, zoals:

  • houd de nestplaats (nestkast) schoon;
  • de koningin en de bijenlarven verzorgen en voeden;
  • produceren was om de bijenkorf te bouwen en vast te zetten;
  • foerageren naar nectar en stuifmeel om honing te maken en koninginnengelei om de larven en de koningin te voeden;
    de bijenkorf beschermen;
  • verwijder dode bijen en larven uit de korf;verzamel water om naar de nestplaats te brengen om de temperatuur in de kolonie op een stabiele 34C° te houden.

De bijenkoningin is de moeder van de kolonie. Als vrouwtjes ontwikkelen ze zich uit bevruchte eitjes die in verticale cellen (koninginnenbeker) worden gelegd. Na 16 dagen (gemiddeld) komt de volwassen koningin tevoorschijn met een langwerpig achterlijf dat al snel klaar is om massaal eitjes te produceren. Als maagdelijke koningin vertrekt ze voor haar paringsvlucht met een deel van de kolonie, paart met meerdere mannetjes (polyandrogeen) en keert terug om eitjes te leggen voor het grootste deel van haar leven. De mannetjes bevruchten de koningin en daarmee hebben ze hun plicht gedaan en worden ze gedood door de werksters. De nieuwe bijenkoningin begint haar eigen kolonie. De bijenkorf is opgebouwd uit een aantal raten die bestaan uit zeshoekige cellen gemaakt van was.

De Honey Bee heeft veel specialiteiten:

Ze gebruiken de zon en andere oriëntatiepunten om hun weg te vinden en kunnen dansen om andere bijen te laten zien waar ze voedsel kunnen vinden. Honingbijen zijn centrale foerageerders en kunnen kilometers ver van hun nestkast foerageren. Honingbijen gebruiken voornamelijk padintegratie om hun weg van en naar foerageergebieden te vinden. Dansinformatie voorziet uitgaande bijen van een af te leggen afstand en richting. De vliegrichting wordt bepaald door de oriëntatie van het zonnekompas en de vliegafstand door een interne "kilometerteller" die de snelheid meet waarmee visuele beelden langs de ogen stromen. Andere inputs, zoals geuren, geven aanvullende informatie. Zodra een route is aangeleerd, nemen bijen visuele en olfactorische oriëntatiepunten op bij herhaalde bezoeken aan een foerageergebied. De terugweg wordt ook bepaald door padintegratie, maar kan ook worden geïnformeerd door oriëntatiepunten.

Ze hebben een angel om zich te verdedigen, maar dat doen ze alleen als hun eigen leven in gevaar is. Als ze steken verliezen ze hun leven, de angel is eigenlijk een aangepaste legboor en heeft weerhaken. Eenmaal ingebracht kan de angel niet worden teruggetrokken, dus als de bij zich losrukt, scheurt ze haar eigen achterlijf open en sterft.

Hij voedt zich met bloemen (nectar en stuifmeel) en bestuift (bevrucht) tegelijkertijd de bloemen.

Hij bouwt honingraatnesten en maakt honing.

Bijen zijn voor iedereen van levensbelang. Honingbijen maken honing door nectar met enzymen te mengen en het mengsel met hun vleugels uit te waaieren om het water te laten verdampen. Bovendien maken ze bijenwas dat we kunnen gebruiken in cosmetica, kaarsen en meubelwas.

Wist je dat bijen, waaronder honingbijen en hommels, meer dan 250.000 plantensoorten en meer dan 100 verschillende gewassen bestuiven, waaronder fruit, groenten, noten, zaden en veel van het voedsel waar boerderijdieren van afhankelijk zijn?

Referentie: Michael D. Breed, Janice Moore, in Animal Behavior (Second Edition), 2015.

Igauna (Yuana)

Bonaire kent één leguanensoort, namelijk de Groene leguaan (of Common Iguana) of Yuana zoals in het papiamentu. Van de reptielen is dit het meest indrukwekkende dier dat je op Bonaire kunt tegenkomen. Volgroeid kan een mannetje wel twee meter lang worden, inclusief zijn staart en een gewicht tot vijf kilo (11 pond). Hun staart maakt de helft van hun lichaamslengte uit. Volwassen leguanen hebben een egaalgroene kleur, terwijl de jongen felgroen zijn. Ze worden 10-15 jaar oud.

Ondanks hun grootte kunnen ze zich erg snel verplaatsen. Als ze ontdekt worden vertrouwen ze in eerste instantie op hun opvallende camouflage. Zodra ze echter weten dat ze ontdekt zijn, laten ze zich op de grond vallen en rennen ze zo snel als ze kunnen weg. Net als andere hagedissen kunnen ze hun staart losmaken als ze gevangen worden en groeien ze een nieuwe staart aan. Het zijn ook geweldige zwemmers!

De leguaan is een herbivoor, wat betekent dat hij geen vlees eet maar alleen bladeren, nieuwe scheuten, bloemen en vruchten. Ze halen hun water uit op de bloemen en bladeren van de bomen opgevangen regen en condensatie, maar het meeste water krijgen zij uit hun voedsel. Hoewel ze soms een nietsvermoedend insect eten dat zich in een bloem heeft verstopt, zijn het geen alleseters. De kaak van de leguaan is erg sterk en gevuld met vlijmscherpe tanden.

Omdat de leguaan een reptiel is, en dus een koudbloedig dier, heeft hij de warmte van de zon nodig om op te warmen. Na zonsopgang beginnen de leguanen te verhuizen van hun slaapplaats naar een plek waar ze de zonnewarmte kunnen opsnuiven. Kort na zonsopgang zijn ze warm genoeg om rond te lopen en voedsel te zoeken. Nadat ze voedsel hebben gezocht en gegeten, moeten ze naar een andere plek om de zon op te vangen. Ze moeten het warm genoeg hebben om het gegeten voedsel te kunnen verteren. Hun dagen zijn gevuld met periodes van activiteit en lange periodes van rust.

 De leguaan staat op de lijst van beschermde dieren en planten van Bonaire.           

Termiet (Komehein)

Termieten (Cryptotermes cylindroceps) of Komehein in het papiamentu worden ook wel witte mieren genoemd. Ze doen inderdaad erg denken aan mieren. Toch zijn ze er geenszins aan verwant, ook al lijkt de voortplantingscyclus in sommige opzichten op die van de meeste miersoorten. Termieten leven in zeer gespecialiseerde kolonies en maken gigantische nestheuvels. Alle activiteiten van de bleke, blinde termieten zijn 24 uur per dag gewijd aan het welzijn en behoud van de termietenkolonie, die uit miljoenen termieten kan bestaan. Hun samenleving is zo complex dat veel termieten nooit het daglicht zien. De koningin kan wel 20 jaar oud worden, in tegenstelling tot de werksters die 'slechts' 2 tot 3 jaar hard werken. De gepantserde en giftige soldaten van de termietenkolonie hebben enorme kaken.

Taxonomische classificatie van termieten (Isoptera)
Termieten behoren tot de stam Arthropoda (geleedpotigen), de klasse Insecta (insecten), de Isoptera (termieten) en de familie Termitidae, een van zeven families met acht onderfamilies en 2300 soorten. De meeste soorten leven in Afrika en Azië. De nesten kunnen uit miljoenen termieten bestaan en zijn herkenbaar aan de vaak enorme nestheuvels boven de grond, gemaakt van aarde, speeksel en uitwerpselen. Termieten bestaan al 65 miljoen jaar en zijn verwant aan de kakkerlak (hoger taxon).

Kenmerken van termieten
Termieten zijn bleekwitte, bijna kleurloze insecten. De uiterlijke verschillen tussen de sociale klassen kunnen echter groot zijn. De sociale structuur van een termietenkolonie bestaat uit een soort kastensysteem, waarbij de koningin de spil van de kolonie is en afhankelijk van de soort vijf tot meer dan tien centimeter lang kan worden. Toekomstige koninginnen en koningen (jaarlijks een aantal vrouwtjes en mannetjes) beginnen hun leven als gevleugelde termieten. De mannetjes zijn van korte duur en sterven na de paring. Daarnaast zijn er de soldaten en werksters, die zowel mannelijk als vrouwelijk kunnen zijn. De lengte van deze groepen varieert van 0,3 tot 2 centimeter. Termieten zijn in principe nachtdieren, maar kunnen ook overdag zichtbaar actief zijn.

Ogen, vleugels en voelsprieten
Termieten hebben zes poten, zoals alle insecten. De meeste termietsoorten zijn blind, hoewel niet alle tropische soorten. De vruchtbare termieten hebben ook goed ontwikkelde ogen. De vleugels verschillen duidelijk van die van de mier. De vier vleugels van de termiet zijn even groot als het lichaam, in tegenstelling tot mieren. De antennes van termieten zijn recht (mieren hebben gebogen antennes) en stomp. De koppen van de gepantserde soldaten zijn verhoudingsgewijs groter dan die van de werksters. Dit geldt ook voor de scharen (kaken).

Kleur en monddelen
De werksters zijn over het algemeen bleek tot kleurloos en doorschijnend. De gevleugelde, vruchtbare termieten daarentegen zijn zwart tot donkerbruin. De soldaten, die geen vleugels hebben, zien er bruinachtig uit. Ze zijn ook uitgerust met grotere kaken (scharen), die in veel gevallen de vorm van een sabel hebben en voorzien zijn van tanden en weerhaken. De monddelen zijn bijtend, kauwend. Er zijn echter verschillen afhankelijk van de soort.

Communicatie
De meeste termietsoorten zijn blind. Ze hebben echter sterke sociale eigenschappen, net als bijen, mieren en wespen. Termieten communiceren met behulp van feromonen. De werksters en soldaten herkennen hun koningin bijvoorbeeld aan een bepaalde geur die alleen de koninginnen bij zich dragen. De koningin scheidt ook speciale chemicaliën af die de groei van de nakomelingen controleren, wat uiteindelijk bepaalt tot welke kaste de individuele termieten zullen behoren. De werksters die voor de larven zorgen, nemen deze stoffen op en voeren ze aan hen met voedsel. Elke kolonie heeft specifieke feromonen die haar onderscheiden van andere en waaraan de termieten elkaar herkennen.

Lifestyle
Er zijn 2300 termietsoorten bekend en beschreven. De meeste van hen leven in de subtropen en tropen in vaak reusachtige nesten van miljoenen exemplaren, afhankelijk van de soort. Elke termiet behoort tot een sociale groep of "kaste". De koningin staat centraal in deze sociale structuur. Haar taak is het leggen van eieren. Nestbouw is een complex sociaal gebeuren dat draait om de koningin en de larven. Een leger van soldaten en werksters staat tot haar beschikking. De hiërarchie is zeer hecht.

Monogaam
Termieten zijn monogaam. De koningin paart regelmatig met de koning, die in haar aanwezigheid leeft. Natuurlijk moet de kolonie worden verdedigd tegen natuurlijke vijanden en beschermd tegen andere calamiteiten. De soldaten zijn hier heel goed voor uitgerust. De werkers vormen de grootste kaste. Zij onderhouden het nest, breiden het uit, zoeken voedsel en zorgen voor de larven. Werksters worden gemiddeld niet ouder dan 3 jaar, terwijl een koningin wel 20 jaar kan worden. Afhankelijk van de soort leven deze insecten in holle boomstammen of in een labyrint van ondergrondse gangen. De nestheuvels zijn opvallend.

Voeding
De voedselbehoefte van termieten hangt ook af van de soort. De termieten op Bonaire leven van dood hout, ze breken dood hout af zodat het hergebruikt kan worden in het ecosysteem. Het hout dat ze eten bestaat grotendeels uit de moeilijk verteerbare cellulose. Het maagdarmkanaal van de termiet bevat echter bacteriën die de cellulose gedeeltelijk kunnen omzetten in beter verteerbare stoffen.

Schimmeltuinen
De termieten onderhouden zogenaamde 'schimmeltuinen' om de resterende cellulose te verteren. De termieten deponeren hun uitwerpselen in speciale kamers. Uitwerpselen waarop na verloop van tijd schimmels groeien. Schimmels die door de termiet worden gegeten en die de overgebleven cellulose in het maagdarmkanaal afbreken en ook als voedsel dienen. Het is dus een soort voedingscyclus.

Natuurlijke vijanden van termieten
Veel dieren en insecten leven van termieten, variërend van duizendpoten tot mieren, spinnen en hagedissen. Ze dringen gewoon het termietennest binnen en doen zich tegoed aan wat ze tegenkomen. Termietsoldaten zijn gespecialiseerd in het afweren van deze vijanden. Met hun scharen op de relatief grote kop vallen ze de indringers meedogenloos aan. Toch gaat het vaak mis en kan een mierenaanval bijvoorbeeld een complete termietenkolonie doden.

Nestheuvels
Meestal bestaat een nestheuvel uit een ondergronds en bovengronds deel. Het deel dat boven de grond uitsteekt bevat veel luchtkanalen. Er zijn ook talloze 'schimmeltuinen' aangelegd.

Nesten
De termieten houden hun nesten koel door de buitenmuur nat te houden met water, afhankelijk van de weersomstandigheden. Water dat ze via kleine schachten en tunnels van diep naar boven brengen. Het bovengrondse deel van het nest is dus vaak bedoeld om de temperatuur van het nest te regelen. De buitenwanden zijn gemaakt van aarde, speeksel en uitwerpselen.

Voortplanting
Mogelijke toekomstige koninginnen en koningen vliegen periodiek uit het nest en vormen grote zwermen in de lucht. Omdat hun vleugels hier niet echt geschikt voor zijn, leggen ze maar een korte afstand af. Uiteindelijk vallen ze terug op de grond, verliezen hun vleugels en kruipen op zoek naar een partner. Uiteindelijk vallen ze terug op de grond, verliezen hun vleugels en kruipen op zoek naar een partner, waar de koningin geurstoffen (feromonen) afscheidt om een mannetje aan te trekken. De paartjes die zich vormen zijn monogaam. De koningin en koningin blijven hun hele leven bij elkaar, als een koningspaar.

Broedkamers
Daarna maken ze een nestkamer en legt de koningin eitjes. Zo ontstaat een nieuwe termietenkolonie. De minder fortuinlijke gevleugelde royals worden op de grond opgegeten door spinnen, mieren en reptielen. Uit de eerste larven komen de werksters, zowel mannetjes als vrouwtjes. Deze generatie zorgt voor de volgende generatie. Naarmate de koningin ouder wordt, groeit haar achterlijf en kan ze uiteindelijk 30.000 eitjes per dag leggen. In de beginfase echter niet meer dan 10.000 eitjes. In het nest is het een komen en gaan van werksters die de eitjes naar de broedmachines brengen. Ze vervoeren de koningin ook naar een andere kamer zodra de nestruimte te klein voor haar wordt.

Bedreigingen
Termieten behoren tot de meest voorkomende insecten, waarvan de evolutie 65 miljoen jaar geleden begon. Termieten zijn geen bedreigde diersoort, hoewel op Bonaire het leefgebied wordt bedreigd door de ontwikkeling van wildernis tot woongebied. Maar een nog groter gevaar voor de termieten is het vernielen van hun nestheuvels en daarmee het doden van de termieten door verkeerd geïnformeerde mensen die denken dat termieten een gevaar zijn voor gezonde bomen

Geit (Kabritu)

De Spanjaarden introduceerden geiten op Bonaire in 1527. De veeteelt in Caribisch Nederland is altijd extensief geweest. Tijdens de 18e en 19e eeuw werden er verschillende maatregelen afgekondigd om bosopstanden en grasland te beschermen tegen erosie en overbegrazing (Van Grol, 1942; Westermann en Zonneveld, 1956), maar deze maatregelen werden nooit gehandhaafd en hadden alleen betrekking op het domeingebied (land in eigendom van de eilandregering), maar niet op de grote plantages in particulier bezit (De Freitas et al., 2005).

In totaal lopen er ongeveer 32.200 geiten vrij rond op Bonaire, waarvan 60% kunuku-geiten en 40% zonder eigenaar. Op basis van resultaten in het vergelijkbare Curaçao blijkt dat een veedichtheid van 1 geit per 10 hectare een snel ecologisch herstel mogelijk maakt, inclusief het herstel van veel zeldzame soorten. Op Bonaire zijn er meer dan 14 geiten per 10 hectare. Dit is meer dan 14 keer zo hoog.
Geiten behoren tot de meest flexibele dieren en kunnen zich aan vrijwel alles aanpassen. Geitenpopulaties kunnen snel groeien. Wanneer voor de gemiddelde geit op Bonaire de theoretische benadering van Caughley en Krebs (1983) wordt gebruikt van een natuurlijke groeisnelheid van 0,38, oftewel 31% populatiegroei per jaar. Dit betekent dat er minimaal meer dan 31% vangst per jaar nodig is om de populatie stabiel te houden, dan is er nog geen sprake van een afname (Debrot, 2016).

Op Bonaire, het droogste van de drie eilanden van Caribisch Nederland, is de situatie met rondzwervend vee het meest acuut en zijn er veel boomsoorten die niet meer kunnen regenereren omdat de zaailingen de graasdruk niet overleven. Veel inheemse soorten op Bonaire zijn waarschijnlijk al uitgestorven, maar vele andere zullen de komende decennia volgen als er geen maatregelen worden genomen (Lo Fo Wong en De Jongh, 1994; Proosdij, 2001; Freitas et al., 2005). Hoewel het probleem al lang wordt onderkend (Anonymous 1985, 1989, 2006, 2009), zijn er tot nu toe maar weinig maatregelen genomen. Bijzonder zorgwekkend is de manier waarop loslopende geiten en ezels de bast van de zuilcactussen verwijderen, wat leidt tot de dood van deze zo belangrijke bomen. Cactussen bloeien en geven vruchten in het droge seizoen wanneer loofbomen meestal kaal zijn en zijn daarom een essentiële voedselbron voor de fauna tijdens het droge seizoen (Petit, 1997).
Een nieuwe vorm van veeteelt wordt daarom aanbevolen, niet alleen om de sector echte kansen te bieden, maar ook om de negatieve gevolgen van het huidige systeem voor het milieu en de economie te verminderen.

Referentie:
- Bevolking schatting geiten op Bonaire, IMARES aug 2015,
- Staat van de natuur van Caribisch Nederland 2017 Wageningen Marine Research rapport C086/17

 

 

Ezel (Buriku)

Geschiedenis

In de vroege Spaanse periode (1499-1626) werden ezels (en ook paarden, runderen, geiten, schapen, varkens en ander vee) via Española naar Bonaire gebracht. Bonaire werd, mogelijk vanwege de beperkte omvang en het feit dat het een eiland is waar de dieren niet van konden ontsnappen, gebruikt voor het fokken van ezels. De ezels mochten vrij rondlopen en zich voortplanten totdat ze nodig waren voor werk of export. Uit het boek van Hartog, "Bonaire: van indianen tot toeristen," gepubliceerd in 1957, wordt de indruk gewekt dat dit systeem tot in de twintigste eeuw werd voortgezet.

De export van ezels floreerde in de jaren 1820-1830, maar nam daarna af door de verminderde vraag op suikerplantages, waaronder die op Jamaica, waar ezels en muilezels werden vervangen door stoommachines. Na 1920 stopte de export van ezels volledig.

Na 1868 ontstonden er kleinere particuliere boerenbedrijven genaamd kunuku's, waar ezels werden gebruikt voor werk en transport. Rond 1950 werden ezels overbodig en werden ze vrijgelaten vanwege modernisering zoals de aanleg van waterleidingen, de komst van gemotoriseerd vervoer en omdat een deel van de bevolking beter betaalde banen in de olie-industrie op Aruba en Curaçao, en later in de toeristenindustrie, verkoos boven een leven op de kunuku-boerderijen. Het culturele landschap met omheinde kunuku boerderijen, functionerende waterputten en waterverzamelsystemen raakte in verval.

Kenmerken

Ezels op Bonaire, Sierk F. Spoelstra juli 2019

 

Boom

Pater P.A. Euwens OP was al van mening dat voor de natuur de meest ingrijpende gebeurtenis in de geschiedenis van Bonaire het afsnijden was van het eiland. Het kappen van bomen voor de export en het verbranden van houtskool, zoals je kunt lezen in het volgende artikel uit 1907:

"Er was een tijd dat Bonaire dicht begroeid was met struiken en bomen. Zelfs nu, na jaren van ongecontroleerd kappen, steekt Bonaire in dit opzicht gunstig af bij de twee buureilanden. Al in de tijd van de Spanjaarden leverde Bonaire jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid hout, waarvan het Brasilwood (Haematoxylon Brazilense), ook wel Red Dyewood genoemd, en de Roughbark Lignum-vitae (Guayacum officinale) beide commerciële waarde hadden. Alle export van dit hout is al enkele jaren gestaakt. Alle dikke en zware stammen van Braziliaans hout en Wayaká zijn gekapt. Op veel plaatsen kan men nog een spichtige stam zien. Maar gezien de langzame groei van dit hout en de huidige grotere populatie, rekening houdend met het feit dat al het hout uit Noord-Amerika geïmporteerd moet worden, is het geen verrassing dat deze paar spichtige stammen zelden tot volle wasdom komen, ondanks de strenge straffen die de overheid uitvaardigt voor het kappen van bomen."

De tegenwoordige economische toestand van Bonaire, Neerlandia jrg. II nr. 12, 1907; p202-203: Hier bezoeken

Waarschijnlijk doordat sommige bomen op de plantage in Bolivia ten tijde van de Spanjaarden al erg oud waren, tegenwoordig meer dan 700 jaar, ontsnapten ze aan het lot om gekapt te worden voor de export. De poging om deze (toen al) oude bomen om te hakken mislukte, dit is te zien aan verschillende Wayaká's in Bolivia; sporen van de zagen en bijlen op de stammen. De kleinere takken van deze bomen werden destijds wel afgezaagd, maar de stammen waren te dik en te zwaar om te kappen en naar de schepen te vervoeren.

Dus waarom het risico nemen om deze prachtige bomen, waarvan sommige al meer dan 700 jaar bestaan, te vernietigen door Bolivia te ontwikkelen als er uitstekende alternatieven zijn (Strategische Milieubeoordeling (SMB)).

Lignum Vitae (Wayaká)

Op Bonaire groeien twee soorten Lignum Vitae of in het Papiaments Wayaká: de Ruwschors Lignum Vitae (Guaiacum officinale).
en de Holywood Lignum Vitae (Guaiacum sanctum).

Deze 3 tot 5 meter hoge, groenblijvende boomsoorten groeien erg langzaam en hebben meerdere gedraaide (gevlekte) stammen en leerachtige donkergroene bladeren. Meerdere keren per jaar raken ze bedekt met grote trossen prachtige kleine blauwpaarse bloemen, ongeveer 1,5 cm hoog en bloeiend in de takken van de jongste twijgen, die puntige hartvormige top helder geeloranje vruchten opleveren. Als ze openbarsten worden de rode zaden zichtbaar. Deze boom siert zeker het landschap in alle stadia van zijn levenscyclus.

Het hout van beide bomen is het op één na zwaarste hout ter wereld en is het dichtste en hardste hout dat we kennen. De hardheid van het hout wordt veroorzaakt door de langzame groei waardoor het hout zeer dicht is. Omdat het hout zelfolend is, was Lignum Vitae een populaire keuze voor lagers van stoomschepen en voor gebruik in apparatuur zoals katrollen; uiteindelijk werd het vervangen door composietmaterialen in de scheepsbouw en zware machines.
De houtsoorten en harsen van Lignum Vitae, wat letterlijk "levensboom" betekent, waren ook waardevol voor medicinale doeleinden en werden gebruikt voor aandoeningen variërend van jicht tot huidinfecties.
Deze toepassingen veroorzaakten overexploitatie, waardoor de inheemse populaties zodanig afnamen dat Lignum Vitae sinds 1998 op de lijst van bedreigde diersoorten van de IUCN staat. Hun aanwezigheid op CITES Appendix II betekent ook dat de handel in hun hout strikt gereguleerd is.

Op plantage Bolivia kun je prehistorische Wayaká's vinden, meer dan 700 jaar oud. Deze bomen overleefden omdat de stammen te dik waren, mensen konden er alleen wat takken afzagen. De sporen van de zagen en bijlen waarmee men de bomen probeerde om te hakken zijn nog steeds te zien op de stammen van deze bomen. De bomen hebben zichzelf door de eeuwen heen hersteld en zullen nog eeuwen meegaan als we ze beschermen.

De Lignum Vitae staat op de lijst van beschermde dieren en planten van Bonaire.

Je kunt de rode lijst van de IUCN hier bekijken.

Gele Poui (Kibrahacha)

"Het is moeilijk om de Kibrahacha met zijn schitterende gele bloemen te missen als hij op een dag als bij toverslag in volle bloei staat. En een paar dagen later dwarrelt ze geruisloos over de grond, in een- of tweetallen, als sneeuwvlokken."

 De Gele Poui (Tabebuia billbergii) of Kibrahacha in het papiamentu, is een van de meest spectaculaire bomen van ons eiland. De boom wordt zeventig tot tachtig meter hoog en is zeer resistent tegen termieten. Elk trompetvormig bloemblad is handvormig samengesteld en bestaat uit vijf tot zeven blaadjes. De bladeren vallen vroeg af in het droge seizoen en nieuw blad wordt pas na drie of vier maanden aangemaakt. De bloei vindt plaats in april of mei, na maanden zonder regen vallen de eerste buien van het korte regenseizoen, deze boom hult zich binnen drie dagen in een lijkwade van heldergele bloemen. De bloei duurt echter niet lang; na drie dagen vallen de bloemen af en dan pas begint de boom bladeren te krijgen.

Dit soort strategie komt bij meer planten voor: als de omstandigheden ongunstig zijn (droogte) maakt de plant zaden zodra de gelegenheid zich voordoet (in dit geval de eerste regenbuien), waardoor de voortplanting verzekerd is. Na de bloei vormt de boom lange, dunne peulen vol platte, lichte zaden die door de wind worden weggeblazen.

De Papiamentse naam "Kibrahacha" heeft zijn oorsprong in het zeer harde hout van deze boom. Het hout is zo hard dat de bijl (hacha) erop breekt (kibra).

Vogel

Bolivia maakt deel uit van Washikemba-Fontein-Onima, een van de zes belangrijke vogelgebieden (IBA's) op Bonaire volgens het protocol van BirdLife International. Het gebied is aangewezen als IBA AN011. De enige van de zes die niet is aangewezen als natuurgebied en daarom niet wordt beschermd. Op deze website vind je een selectie van de vogels die je in Bolivia kunt spotten.

Geelschouder amazonepapegaai (Lora)

De charismatische Geelschouder amazonepapegaai (Amazona barbadensis) of Lora zoals in het papiamentu. De Lora is de enige papegaai die inheems is op ons eiland. De Lora wordt door de International Union for Conservation of Nature (IUCN) gecategoriseerd (rode lijst) als "Near Threatened" (NT) omdat hij in de nabije toekomst mogelijk bedreigd wordt, maar hij komt momenteel niet in aanmerking voor de bedreigde status. Het leefgebied van de papegaai wordt voortdurend bedreigd door commerciële ontwikkeling en woningbouw.

De lora staat op de lijst van beschermde dieren en planten van Bonaire.

Parkiet (Prikichi)

Als er luid krijsende felgroene vogels voorbij flitsen, zijn dat vast parkieten (Aratinga pertinax), in het Papiaments bekend als Prikichi. De parkieten eten zaden van wabi-, dividivi- en injubomen en vruchten van de cactus. Als nestplaats kiezen ze vaak termietennesten waarin ze een tunnel graven, soms met de termieten nog in de structuur, maar ze nestelen ook in beschutte boomholtes. Gedachteloos kappen van vegetatie zorgt ervoor dat veel van deze nesten verdwijnen.

De parkiet staat op de lijst van beschermde dieren en planten van Bonaire.

 

Caracara (Warawara)

De Caracara (Polyborus plancus) of Warawara in het papiamentu. Deze middelgrote roofvogel is tijdens de vlucht gemakkelijk te herkennen aan zijn ietwat onhandige manier van vliegen. Hij heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met witte gestreepte onderdelen. Zijn kop is wit, met uitzondering van een zwarte kruin en een korte zwarte kuif aan de achterkant. Zijn ogen en gezichtshuid zijn rood en zijn gehaakte snavel is grijs. Zijn zwarte vleugels en staart hebben witte strepen. De Warawara gebruikt zijn lange gele poten om over de grond te lopen en rennen. Hij voedt zich voornamelijk met aas.

De Warawara staat op de lijst van beschermde dieren en planten van Bonaire.

Voor meer informatie over de Warawara zie de website van Wikipedia

Cactus

De uitgestrekte vlaktes van Bolivia met een woud van zuilcactussen is adembenemend en indrukwekkend en laat een grote indruk achter op bezoekers, zowel vandaag als in het verre verleden, zoals je kunt lezen in de volgende passage uit een reisverslag uit 1829 (originele tekst):

"Een vreemde vertoning maakt zulk een woud van kolfvormige cactus. Het heeft iets bewonderingwekkends en schrikaanjagends, als men zoo vele armen, somtijds van 15 of 20 voeten lengte, zich in de lucht zien verheffen, geheel en al met regelmatige lange stekels of doornen bezet. De oosten wind sist en fluit bestendig door hetzelve heen, en het wild en raauw geschreeuw van parakieten en papegaaien die zich tussen hetzelve ophouden, zet indruk bij aan dit woest tooneel. Deze vogels, welke altijd in troepen bij elkander gevonden worden, hebben in dit cactuswoud een veilig verblijf, en zijn voor alle vervolging bevrijd; want de mensen anderen liefst niet dit ontzagverwekkend bosch; zelfs is men, over den weg rijdende, bevreesd, dat een door de wind heen en weder geslingerd wordende, arm afbreken en vallen zal."

Reizen in West-Indië, en door een gedeelte van Zuid- en Noord-Amerika, door G.B. Bosch, L.E. Bosch, 1829, uitgever Utrecht, N. Van der Monde (p309): Hier bezoeken

Zuilcactus (Kadushi, Breba)

De zuilcactus (Subpilocereus repandus) of in het papiamentu Kadushi of Breba, is herkenbaar doordat hij begint met een enkele stam en zich pas vertakt als hij een bepaalde hoogte bereikt. Hij kan wel tien meter hoog worden. De ribben zijn bedekt

met areolen die elk acht tot twintig stekels dragen. De armen van de cactus zijn gesegmenteerd. Hij bloeit 's nachts met groenachtig witte tot roze bloemen. De belangrijkste bestuivers zijn de nectar etende vleermuizen. De Breba (Subpilocereus repandus) en Datu (Stenocereus griseus) worden beschouwd als "Keystone" soorten en een onmisbare voedselbron voor de terrestrische fauna niet alleen ondersteunen ze nectar etende vleermuizen, maar ze leveren ook het voedsel en water aan een breed scala van andere dieren, waaronder de parkiet en Lora. Deze twee soorten Kaarsencactussen groeien heel langzaam, maar worden in een oogwenk vernietigd. De grootste exemplaren zijn honderden jaren oud. We zijn dus verplicht om ze te beschermen en te bewaren voor toekomstige generaties.

De zuilcactus staat op de lijst van beschermde dieren en planten van Bonaire.

Zuilcactus (Kadushi, Datu)

De zuilcactus (Stenocereus griseus) of paiamentu Datu, Yatu of Kadushi is een grote zuilcactus die 9 meter hoog kan worden. Hij heeft niet één stam met meerdere takken zoals de Kadushi of Breba (Subpilocereus repandus), maar afzonderlijke stengels die rechtop groeien. De stengels hebben 7 of 8 ribben en zijn lichtgroen tot lichtblauwgroen. De grijswitte stekels zijn kort en dik en donkerder aan de uiteinden. De bloemen zijn lichtroze tot roomwit. De vrucht is donkerrood en bedekt met spinsels.

De Datu (Stenocereus griseus) heeft twee duidelijke kenmerken die hem helpen onderscheiden van de Breba (Subpilocereus repandus):
1) het vertakt zich op grondniveau en
2) de doornen staan dicht op elkaar en vormen nette rijen rozetten van 7 tot 8 stekels.

De Datu (Stenocereus griseus) en de Breba (Subpilocesreus repandus) bloeien 's nachts; de bloemen blijven open tot de middag. Ze worden beide bestoven door vleermuizen, motten, kolibries en bijen; vleermuizen die nectar eten voeren het grootste deel van de bestuiving uit.
Deze twee soorten kaarsencactussen groeien heel langzaam, maar worden in een oogwenk vernietigd.
De grootste exemplaren zijn enkele honderden jaren oud, dus we zijn verplicht om ze te beschermen en te bewaren voor toekomstige generaties.

De Datu staat op de lijst van beschermde dieren en planten van Bonaire.

 

Melocactus (Milon di seru)

Turkse kapcactus (melocactussoort) of in het Papiaments Milon di seru, Kabes di indjan, Bushi, er bestaan verschillende soorten die erg op elkaar lijken. De meest voorkomende soort heeft ongeveer twaalf ribben die bedekt zijn met roodbruine stekels. Wanneer de cactus bloeit, begint er een viltachtig kussen te groeien waarop de kleine roze bloemen verschijnen. Met elke volgende bloeiperiode groeit het kussen een beetje meer en sommige cactussen hebben een behoorlijke schoorsteen op hun "hoofd" (de Turkse kap). De vrucht is roze tot lichtrood en goed eetbaar, maar heeft geen uitgesproken smaak.  De Melocactus heeft een zeer uitgebreid wortelstelsel om zoveel mogelijk water op te vangen. 

De Turk's cap cactus staat op de lijst van beschermde dieren en planten van Bonaire.

nl_NLDutch